Origenes, De Principiis II,6,2

De zwakheid van sterfelijk begrip lukt het niet te voelen en te begrijpen, dat men zou moeten geloven dat heel die kracht van goddelijke majesteit, het Woord van de Vader zelf en de wijsheid van God zelf, in Wie alle zichtbare en onzichtbare dingen geschapen werden, heeft bestaan binnen de grenzen van die mens die in Judea verscheen; ja, dat de Wijsheid van God binnengegaan is in de baarmoeder van een vrouw en geboren werd als een kind en gekrijst heeft net als het gehuil van kleine kinderen … en dat Hij erg bedroefd was tot de dood toe … en tenslotte ter dood werd gebracht … Als je meent dat Hij God is, dan zie je een sterveling, als je denkt dat Hij een mens is, ontmoet je Hem met buit terugkerend uit de doden, na het rijk van de dood te hebben overwonnen … Om dit uit te spreken in menselijke oren en het in woorden te verklaren, overstijgt verre de krachten van onze verdienste, vernuft of taal. Ik denk dat het zelfs de kracht van de heilige apostelen te boven gaat; ja, de verklaring van dat mysterie zal wellicht boven het begrip van de hele schepping van hemelse machten zijn.

Origenes, De Principiis II,6,2 (Uit: Dr. A. van de Beek, Jezus Kurios, De Christologie als hart van de theologie, Kampen 1998, p. 26, 27)