Augustinus, Belijdenissen 1,5

Zeg mij omwille van Uw erbarmen, Heer mijn God, wat Gij voor mij zijt. Zeg tot mijn innerlijk ‘Ik ben uw heil’. Ja, zeg dat, opdat ik het hoor. Zie, de oren van mijn hart zijn naar U toegewend, Heer. Open ze en zeg tot mijn innerlijk: ‘Ik ben uw heil’. Ik zal deze stem najagen en U vastgrijpen.

Augustinus, Belijdenissen 1,5 (Uit: Martijn Schrama, Augustinus, de binnenkant van zijn denken, Zoetermeer, 2001)