Augustinus, Belijdenissen 12,23

Laat ik in mijn slaapvertrek gaan en liederen van liefde zingen voor U, zuchtende onuitsprekelijke verzuchtingen in mijn vreemdelingschap en mij Jeruzalem te binnen brengen; mijn hart in mij opheffen naar Jeruzalem, mijn vaderstad, Jeruzalem mijn moeder; en U boven haar als Bestuurder, Verlichter, Vader, Behoeder, Bruidegom; zuiver en sterk genot, vaste vreugde, en geheel en al het onuitsprekelijk goede; alles tegelijk, want U bent het enige hoge en ware goede.

Augustinus, Belijdenissen 12,23 (Uit: Dr. J.A. van den Berg, Reizen met Augustinus, Heerenveen, 2012)