Augustinus, Belijdenissen 1,1

Groot bent U, God, en zeer prijzenswaardig; groot is Uw kracht en Uw wijsheid is niet te bemeten! En U loven wil de mens, een deel van Uw schepping, de mens die zijn sterfelijkheid met zich meedraagt, meedraagt het getuigenis van zijn zonde, en het getuigenis dat U de hoogmoedigen weerstaat; toch wil de mens U loven, een deel van Uw schepping. U wekt ons ertoe op er plezier in te hebben U te loven, want wij zijn gemaakt naar U en onrustig is ons hart totdat het tot rust komt in U.

Augustinus, Belijdenissen 1,1 (G. Wijdeveld, Aurelius Augustinus, Belijdenissen, Amsterdam, 1997)