Home Het Begin De oergemeente van Jeruzalem

De oergemeente van Jeruzalem

Door: André Boerman

De eerste gemeente

"41 Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend. 42 Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed. 43 De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag. 44 Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. 45 Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. 46 Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. 47 Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden." (Hand. 2:41-47)1
Met deze woorden geeft de schrijver van de Handelingen - algemeen wordt Lukas als de auteur van dit Bijbelboek beschouwd - een schets van de eerste gemeenschap die zich vormde rondom de discipelen van Jezus, na de door Jezus zelf beloofde uitstorting van de Heilige Geest op Pinksteren (zie Hand. 1:5 en 2:1-13).
De eerste christelijke gemeente in Jeruzalem vormde zich rondom de 12 discipelen van Jezus (de niet meer in leven zijnde Judas werd vervangen door Mattias, zie Hand. 1:15-26). Ze bestond overwegend, zo niet uitsluitend uit Joden. De gemeente bleef bij het onderwijs van de apostelen, waarvan de inhoud zich in de kern vermoedelijk laat samenvatten met de woorden die Petrus tijdens zijn toespraak op Pinksteren uitsprak (zie Hand. 2:14-40). Daarnaast vierden ze gezamelijk de maaltijd, spraken ze gebeden uit en bezochten de tempel. Opvallend is het feit dat de gemeenteleden alles gemeenschappelijk hadden en dat nieuw toetredende gelovigen hun bezittingen verkochten en het geld deelden met hulpbehoevenden. Van de eerste christengemeente ging een grote aantrekkingskracht uit.

De eerste problemen

Vaak wordt de gegeven schets van de eerste gemeente als een ideaalbeeld voor de kerk, ook die van vandaag, gezien. Maar dat er niet alleen maar vrede, rust en eendracht was, blijkt bij de bestudering van de gegevens uit Handelingen. De gemeente kwam onder druk te staan van buitenaf: er kwam verzet tegen de volgelingen van Jezus, met als dieptepunt de dood van Stefanus (zie Hand. 7:34-8:3). Vanaf dat moment breken er felle vervolgingen uit, waarbij de apostelen (en vermoedelijk ook zij die zich dicht om hen heen bevonden) opvallend genoeg de dans ontsprongen (Hand. 8:1). De reden voor deze scheiding lijkt te maken te hebben met de twee stromingen die zich in de eerste christelijke gemeente bevonden: de Hebreeën - Joden uit Jeruzalem - en de Griekssprekenden, waarbij met de laatste groep vermoedelijk Hellenistische Joden worden aangeduid, zij die aanvankelijk in de diaspora leefden en zich meer inlieten met de omringende Griekse cultuur. Stefanus was één van hen. Deze twee partijen waren in de gemeente tot een botsing gekomen over de zorg van de Griekse weduwen, wat tot de aanstelling van een zevental diakenen leidde (zie Hand. 6:1-6). Uit de verdediging van Stefanus - vóór zijn executie - blijkt dat hij een meer geestelijke interpretatie aan het instituut van de tempel gaf, het hart van de toenmalige Joodse religie (Hand. 7:44 e.v.). Waarschijnlijk - en dat blijkt ook uit de nadruk die Lukas legt op het tempelbezoek van de eerste gemeente - stonden de Hebreeën (waaronder de apostelen) minder ambivalent ten opzichte van de tempel en werden ze daarom grotendeels door de Joodse overheden ontzien bij de vervolgingen. De vervolgingen gaven echter een impuls aan de verspreiding van het prille Christendom (zie Hand. 8:1).
Als één van de grote vervolgers wordt in Handelingen de toekomstige apostel Paulus - op dat moment echter nog Saulus - genoemd (zie Hand. 8:1-3). Hij vervolgde de gemeente tot ver buiten Jeruzalem. Hij kreeg het zelfs gedaan om de gemeente te Damascus te gaan aanpakken (Hand. 9:1-2). Maar deze missie zou hij niet voltooien ...

Noten

De Bijbeltekst is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
Pagina laatst gewijzigd op: 01-01-2005
Zoeken binnen vroegekerk.nl