Home Actualiteit Een fel intern debat in de Vroege Kerk

Een fel intern debat in de Vroege Kerk1

VEENENDAAL. De kerkvader Athanasius (circa 298-373) was erg polemisch in zijn kritiek op Arius en zijn volgelingen. Hij was daarbij selectief in zijn gebruik van het evangelie van Johannes, maar niet eenzijdig. De goddelijkheid van Jezus en de kern van de verzoening stonden voor hem op het spel.

Dat stelt Wijnand Boezelman (1987), die morgen aan de Protestantse Theologische Universiteit in Groningen promoveert op de kerkvader Athanasius. In zijn proefschrift "Athanasius' Use of the Gospel of John. A Rhetorical Reading of the Orations against the Arians" gaat hij met name in op de manier waarop Athanasius zich beriep op het evangelie van Johannes tegenover zijn ariaanse tegenstanders.

Athanasius van Alexandrië bekleedde een van de belangrijkste bisschopszetels in zijn tijd en was een invloedrijke stem in het toenmalige theologische debat. Athanasius' "Redevoeringen tegen de arianen" zijn door de eeuwen heen geprezen vanwege zijn dogmatische inbreng over de Drie-eenheid en de goddelijkheid van de Zoon. Athanasius werd daarmee de vormgever van de orthodoxe leer van de Drie-eenheid.

Retorisch

Zijn werk heeft echter ook regelmatig weerstand opgeroepen, vanwege de polemische stijl en kritische uitlatingen over de arianen. Boezelman heeft de "Redevoeringen" bestudeerd vanuit een "retorische" lezing.

"Dat is een perspectief dat nog niet eerder is belicht", vertelt hij in een toelichting. "Mijn vraagstelling is gericht op hoe Athanasius de Bijbel gebruikt, maar ook hoe zijn tegenstanders dat doen. Zij beschouwden immers dezelfde Bijbel als geïnspireerd. De theologische problematiek was ingewikkelder dan in de eerste eeuw, toen de christelijke kerk zich keerde tegen het Jodendom en de gnostiek. Er was toen een gemakkelijker te definiëren tegenpartij. In de vierde eeuw ging het om christenen die deel uitmaakten van dezelfde kerk."

Athanasius presenteert twee tegenovergestelde ontstaansgeschiedenissen: die van de ware kerk die in overeenstemming met de Schrift is, tegenover de ketters, die zich niet werkelijk op de Schrift beroepen. Boezelman: "Arius is een ketter en zijn volgelingen worden nauw geassocieerd met dwaasheid en misleiding door de duivel. Athanasius presenteert zijn tegenstanders erg negatief, terwijl hij zich voor zijn eigen betrouwbaarheid beroept op de Bijbel en de legitimiteit van zijn bisschoppelijke ambt."

Fundament

Was Arius werkelijk een ketter? "Arius stelde dat Jezus een volmaakt schepsel van God is, dus niet op gelijk niveau met God Zelf. Voor Athanasius stond het fundament van de verzoening ter discussie wanneer Jezus niet werkelijk Zoon van God zou zijn. Want alleen een goddelijke Zoon kan ons mensen verlossen, volgens Athanasius. Met Athanasius heeft de latere kerk Arius' leer afgewezen als ketters."

Tegelijkertijd moeten we volgens Boezelman niet vergeten dat Athanasius zich in zijn redevoeringen vooral keerde tegen Asterius, een medestander van Arius. "Arius overleed voordat de redevoeringen van Athanasius verschenen. De opvatting dat Arius de schepping van de Zoon in de tijd leerde is niet gebaseerd op uitspraken van Arius zelf, maar op Athanasius' weergave van de ariaanse positie. Arius stelde niet met zoveel woorden dat de Zoon in de tijd was geschapen, maar hij was wel inconsequent door de Zoon een volmaakt schepsel te noemen. Verder kun je ook niet zeggen dat de arianen de menselijke natuur van Jezus benadrukten, integendeel zelfs. Zowel voor Athanasius als voor zijn kerkelijke tegenstanders stond niet de mens Jezus, maar de goddelijke Zoon centraal in het theologiseren."

Eeuwigheid Zoon

Athanasius benadrukte in zijn redevoeringen vooral de eeuwigheid van de Zoon. Hij beriep zich daarbij dikwijls op teksten uit het evangelie van Johannes die zijn positie ondersteunden. Boezelman: "Daarin lag het selectieve van zijn Schriftgebruik: hij wilde vooral de arianen weerleggen. Het is dan ook niet meer dan logisch dat hij de nadruk legde op zaken die zijn theologie ondersteunden en die de ariaanse ideeën weerspraken. Het gevolg is wel dat door het verschil in context tussen de eerste en de vierde eeuw diverse nuances uit het evangelie van Johannes dus ondergesneeuwd zijn geraakt. Toch kun je zeggen dat er vanaf het begin van de kerk sprake was van een hoge christologie, de opvatting dat Christus de Zoon van God is, en niet dat Jezus pas later door de kerk tot Godheid is verheven."

Er zijn diverse uitspraken uit de evangeliën die wijzen op een ondergeschikte positie van de Zoon aan de Vader: uitspraken over de afhankelijkheid van de Zoon, over Zijn onwetendheid, Zijn angst en Zijn groeien in wijsheid. Boezelman: "Deze Schriftwoorden vormen volgens de arianen het Bijbelse bewijs dat de Zoon niet eeuwig en waarachtig God kan zijn. Athanasius legt deze Bijbelteksten anders uit, waarbij hij stelt dat de Schrift zowel uitspraken bevat over de eeuwige goddelijkheid van de Zoon als over diens mensgeworden staat. Athanasius' denken voorafschaduwt de in Chalcedon geformuleerde tweenaturenleer doordat hij stelt dat in elke menselijke handeling van Christus ook Diens goddelijkheid zichtbaar bleef."

Klassiek-orthodox

Boezelman groeide op in Gereformeerde Bondskring te Hasselt, volgde onderwijs aan de Pieter Zandt scholengemeenschap in Kampen en studeerde theologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij constateert dat er wereldwijd veel aandacht is voor de Drie-eenheid, en dat een behoorlijk aantal schrijvers dit dogma interpreteert in de klassieke, orthodoxe zin. "Ik hoop dat deze studie naar het Bijbelgebruik van een belangrijke kerkvader hierin een constructieve bijdrage mag leveren, zowel binnen de internationale academische gemeenschap als binnen kerkelijke gemeenten."

Bron

Pagina laatst gewijzigd op: 25-11-2015
Zoeken binnen vroegekerk.nl