Home Kerkvaders Aurelius Augustinus Het leven van Augustinus Augustinus en de puriteinen van Afrika

Augustinus en de puriteinen van Afrika

Het probleem van het Donatisme | Het geweld | Gebrekkige informatie | De tussenkomst van Augustinus | Polemische geschriften | Debatten | De conferentie van Carthago | Augustinus neemt het woord | De overwinning van de Katholieken | Waarheidsgetrouwe informatie | Augustinus en de keizerlijke wetten | De vriendschap met Marcellinus en zijn dood | Reis naar Caesarea | Gevecht met de stenen

Het probleem van het Donatisme

In Afrika was het Donatistische schisma ontstaan, wat Augustinus aanzette tot het nadenken over de relatie van de mens tot het kwaad. In het schisma stonden de Katholieken tegenover de Donatisten, een verwijdering die geleidelijk aan was ontstaan na de vervolgingen van de christenen onder keizer Diocletianus (begin van de 4e eeuw). Sommigen van het kerkvolk, maar ook tal van priesters, gingen onder de grote druk door de knieën en werden door anderen als 'verraders' (traditores) gezien. De kerk gaf echter vergeving aan de verraders, terwijl de zogenaamde rigoristen hier erg tegen waren.
De tegenstanders van de vergevingsgezinden gingen zich verenigen tot de zogenaamde Donatisten (naar bisschop Donatus die tegen de terugkeer van de verraders was) en dit ging gepaard met tal van politieke intriges. Na een eeuw was deze groep nauwelijks kleiner dan de officiële, Katholieke kerk. De Donatisten beschouwden zich als ijveraars voor het ware Christendom. Ze gebruikten weliswaar geweld, maar dit had het karakter van een heilige oorlog.

Het geweld

Het geweld kwam met name van de kant van de zogenaamde Circumcelliones, die geweld tegen Katholieke burgers niet uit de weg gingen. De Donatisten stelden zich zeer wreed op tegenover bekeerlingen tot het Katholieke geloof. De Donatisten werden zelf echter ook af en toe slachtoffer van het geweld door keizerlijk ingrijpen van lokale machtsuitoefenaars.

Gebrekkige informatie

Het 'gewone' kerkvolk bleef zeer slecht geïnformeerd over de kerkelijke standpunten aangaande het schisma. Ook kende ze vaak de historische oorsprong ervan niet. Het probleem leek onoplosbaar. Dikwijls werd daarom de situatie min of meer geaccepteerd en leefden Katholieken en Donatisten in vrede naast elkaar.

De tussenkomst van Augustinus

Augustinus zag zich geplaatst voor een hopeloze situatie, maar hij weigerde zich erbij neer te leggen. Hij bestudeerde daarom de historie van het schisma, en zowel Donatistische als anti-Donatistische lectuur. Hij ging zelfs met diverse mensen in gesprek.
Volgens Augustinus berustte het schisma op een verkeerde interpretatie van Christus' boodschap. Hij wilde daarom de opgedane kennis ook aan het kerkvolk doorgeven, om zodoende het gebrek aan informatie bij hen op te heffen.
Ook ging Augustinus publiekelijk in gesprek met bisschop Maximinus, waarbij het thema de geldigheid van het doopsel was. De Donatisten verklaarden het doopsel dat werd uitgevoerd door een priester als ongeldig, zelfs omdat een 'afvallige' bisschop van een eeuw eerder zijn 'voorganger' was. Augustinus wist Maximinus van zijn gelijk te overtuigen en de bisschop werd Katholiek, met als gevolg dat de Donatisten hem vervolgden. Augustinus wilde ook graag een gesprek over het doopsel hebben met de Donatistische bisschop Proculejanus van Hippo, maar deze schrikte terug van de enorme kennis van Augustinus en weigerde het gesprek uiteindelijk. Ondanks al deze perikelen bleef Augustinus gewoon doorschrijven aan zijn Confessiones, maakte hij een opzet voor De Trinitate (Over de Drievuldigheid) en deed hij zijn pastorale taken.

Polemische geschriften

Nogmaals, Augustinus was overtuigd dat het Donatistische schisma berustte op onjuiste informatie. Hij was daarom erg bang hierdoor ook Katholieken te verliezen. Toen er een Donatistisch pamflet verscheen, schreef hij zijn werk Contra litteras Petiliani (Tegen de brief van Petilianus). In het eerste boek schreef hij een weerlegging van de inhoud van het pamflet; het tweede boek bevat de stelling dat Christus de Enige is die de sacramentele handeling (denk aan de discussie rondom het doopsel) voltrekt. Degene die het sacrament ondergaat, kan dus niet worden bevlekt door de zedelijke onreinheid van hem die het toedient. Het derde boek verscheen later, nadat Petilianus met allerlei valse aantijgingen Augustinus in een kwaad daglicht probeerde te stellen. In dit boek verzette Augustinus zich er tegen, waarbij hij zich niet liet verleiden tot een zelfde polemische houding (lastering) als de Donatisten. Hij bleeft zich tegen elke Donatistische dwaling verzetten, waarbij hij zijn tegenstanders op een eerlijke manier probeerde terug te winnen. In dit kader schreef hij ook het werk De baptismo (Over de doop).

Debatten

Augustinus greep iedere kans aan om in debat te treden met de Donatistische bisschoppen, dit door middel van debatten, tractaten, open en persoonlijke brieven. Tal van discussies zijn daardoor schriftelijk vastgelegd. Augustinus wilde zoveel mogelijk de reden van het Donatistische schisma - volgens hem onkunde en onbekendheid met de oorsprong - opheffen door het verspreiden van informatie.

De conferentie van Carthago

Al bijna een eeuw lang waren er tal van keizerlijke decreten uitgevaardigd om de eenheid in het rijk en de kerk te bewaren, in de vorm van oproepen tot verdraagzaamheid. Dit lukte echter vaak niet, maar in plaats daarvan werden Katholieken zo nu en dan vervolgd.
Om een einde te maken aan de twisten tussen de Katholieken en de Donatisten moest het tot een publieke confrontatie komen, een conferentie tussen de beide partijen. Keizer Honorius vaardigde een edict uit waarin de datum van een conferentie werd vastgesteld op 14 juni 410. Flavius Marcellinus moest het organiseren. Hoewel de Donatisten aanvankelijk tegen de conferentie waren, gingen ze uiteindelijk accoord. Voorafgaand aan de conferentie riep Augustinus op tot vrede. Het geheel moest op een neutrale lokatie plaats vinden: de thermen van Gargilius te Carthago. Er kwamen 279 Donatistische en 281 Katholieke bisschoppen. De Donatisten probeerden de vergadering aanvankelijk te boycotten, wat uiteindelijk niet lukte. Dit kwam met name door het grote geduld van de voorzitter Marcellinus.

Augustinus neemt het woord

Toen Augustinus het woord nam, begon hij met een uiteenzetting van de historie van het schisma. Vervolgens ging hij in op de Donatistische opvatting over de Kerk. Volgens Augustinus biedt de Schrift geen enkele grond voor de opvatting van een Kerk van alleen heiligen en zuiveren. De Kerk vindt haar waarde namelijk in Christus. Daarnaast wees hij op het universele karakter van de Kerk.
Uit Augustinus' betoog kon maar één conclusie getrokken worden: de reden voor de veroordeling van de eerste bisschop door de Donatisten - aan het begin van het schisma - bleek niet geldig te zijn, waardoor de grond onder het hele schisma wegviel.

De overwinning van de Katholieken

Aan het einde van de conferentie kwamen de Katholieken als winnaars uit de bus. In het keizerlijke edict van 26 juni 411 werd gesteld dat de geldigheid van de sacramenten niet van de bedienaar afhangt. Verder werd gesteld dat de Donatistische bisschoppen die zich bekeerden hun kerk en titel mochten behouden. De Circumcelliones moesten worden gestraft.
Hoewel er nog gedurende 10 jaar Donatistisch verzet was, leek het Donatisme toch ingestort te zijn. Maar de andere kant was er ook. Augustinus was uiteindelijk enorm teleurgesteld in de Katholieke gelovigen die niet in vrede met de Donatistische bekeerlingen in hun midden konden omgaan.

Waarheidsgetrouwe informatie

Omdat sommige Donatisten bleven volhouden dat de Katholieken de waarheid verdraaid hadden, liet Augustinus de verslagen van het concilie op de deur van de basiliek bevestigen. Daarnaast maakte hij samenvattingen van de op het concilie besproken zaken. Zodoende kon het kerkvolk met de ware gang van zaken bekend worden. Zijn opzet slaagde. Na een 'gevecht' van 18 jaar - begonnen in 393 - was het uiteindelijk Augustinus die zegevierde. Een houding van triomf bleef hem echter vreemd.

Augustinus en de keizerlijke wetten

Sinds de invoering van de Christelijke godsdienst als staatsreligie stelden de keizers zich ten doel wetten af te vaardigen tegen schisma's en sekten. Augustinus was echter van mening dat niemand tot het geloof gedwongen mag worden. Hij zag de wetgeving veeleer als een obstakel, maar hij moest deze vanwege de Circumcelliones en de onkunde bij het volk toch noodgedwongen accepteren. Augustinus vocht tegen de doodstraf voor de Donatisten, omdat hij vond dat het kwaad niet met vergeldingsacties bestreden kan worden. Hij wilde wel dat het recht zou zegevieren, maar dan zonder geweld. Augustinus streefde er daarom naar ware bekeerlingen te overtuigen van de waarheid.

De vriendschap met Marcellinus en zijn dood

Een vriend van Augustinus - Marcellinus, de leider van de conferentie tussen Katholieken en Donatisten - stimuleerde hem om een boek te schrijven ter weerlegging van de heidense moeilijkheden met het Christendom. Dit resulteerde in het monumentale werk De Civitate Dei (Over de stad van God).
Toen de provincie Africa in opstand kwam tegen Rome, werd dit verzet al spoedig neergeslagen. Ook Marcellinus werd als rebel veroordeeld, een vermoedelijk door Donatisten verspreid gerucht. Augustinus sprong voor zijn vriend in de bres en probeerde zijn onschuld tevergeefs te bewijzen. Marcellinus werd in Carthago ter dood gebracht. Een dag later kwam toch aan het licht dat hij onschuldig was. Augustinus was hierdoor diep ontgoocheld en verdrietig.

Reis naar Caesarea

Augustinus werd ook gevraagd een Donatistische discussie in Caesarea te Mauritanië op te helderen. Hij was toen 64 jaar oud en nam daarom zijn vriend Alypius mee. Augustinus won de discussie.

Gevecht met de stenen

Augustinus was echter niet alleen vanwege de Donatistische discussie naar Caesarea gekomen, maar ook in verband met de zogenaamde 'caterva'. Dit was een wedstrijd waarbij rivaliserende politieke partijen elkaar met stenen bekogelden. Hij bemoeide zich met deze wedstrijd en bepleitte onderlinge liefde in plaats van elkaar bekogelen. Dit slaagde.
In deze tijd besprak Augustinus met een monnik Renatus de oorsprong van de ziel. Dit vatte hij samen in een traktaat, De anima et eius origine (De ziel en haar oorsprong).

Pagina laatst gewijzigd op: 01-04-2005