Home Kerkvaders Aurelius Augustinus Het leven van Augustinus De intellectuele ommekeer

De intellectuele ommekeer

In Milaan | Zijn betrekkingen met Ambrosius | Een schitterende carrière | Contacten met het Neoplatonisme | De boodschap van Paulus | Wat Augustinus aan het verleden te danken heeft

In Milaan

Bij zijn aankomst in Milaan werd Augustinus staatsprofessor in de retoriek. Dit leidde in het algemeen vaak tot politieke topfuncties. Augustinus bracht meteen een beleefdheidsbezoek aan bisschop Ambrosius, die zijn macht niet alleen op kerkelijk maar ook - gezien zijn verleden als gouverneur - op politiek gebied wist uit te oefenen. Ambrosius zegevierde in de strijd tegen de Arianen, maar ook in zijn pogingen tegen de heidenen die de oude religie probeerden te herstellen. Bij Augustinus' aankomst in Milaan had Ambrosius er al een periode van 10 jaar op zitten, waarin hij met succes zijn functie wist uit te oefenen.

Zijn betrekkingen met Ambrosius

Op cultureel gebied oefende Ambrosius ook grote invloed uit. Hij was een beroemd redenaar, maar bleef op de achtergrond vanwege zijn pastorale taken. Augustinus benaderde Ambrosius vanuit een wereldlijke invalshoek, de redeneerkunst van deze laatste sprak hem erg aan. Op de zondagen ging Augustinus naar de basiliek om Ambrosius te horen spreken en de Bijbel verklaren. Toch drong langzaam ook de inhoud van datgene wat er werd gezegd tot Augustinus door. Hij werd daarbij getroffen door de allegorische manier van uitleggen van de Schrift, het zogenaamde 'mysterium' van de tekst. Augustinus had de Bijbel afgewezen, maar door Ambrosius kreeg het Woord weer betekenis voor hem, hoewel de allegorische methode van Ambrosius voor Augustinus waarschijnlijk wel wat ver ging.
Bij Augustinus ontstond het besef dat christenen 'daders' en niet alleen 'hoorders' moeten zijn. Hij besefte daarom dat hij nog heel veel moest leren van het Christendom. Daarom werd hij catechumeen in de katholieke kerk, totdat hij meer zekerheid zou krijgen over de nieuwe koers van zijn leven. Daarnaast ging Augustinus naar de preken van Ambrosius luisteren, nu om de inhoud en niet om diens welsprekendheid.
Augustinus had de christelijke God afgewezen vanwege het antropomorfe karakter van deze godsvoorstelling. Tegelijk dacht hij, als manicheeër, zelf wel materieel over God, hij kon het niet losmaken van iets lichamelijks. Augustinus' God is materieel, terwijl Ambrosius God en de ziel niet voorstelde als een fysische realiteit. Toen hij dit hoorde, was Augustinus er zeer enthousiast over. Meteen wilde hij er meer over weten, onder andere door met Ambrosius zelf te spreken. Dit gesprek is er overigens nooit gekomen, want Ambrosius werd te zeer in beslag genomen door zijn pastorale taken. Een keer ging Augustinus bij Ambrosius langs. Omdat hij de man studerend aantrof, durfde Augustinus hem niet te storen. Ondanks deze teleurstellende ervaring had Augustinus toch grote waardering voor Ambrosius. Later zou hij diverse doctrinaire standpunten van hem overnemen en citeren in zijn werken. De waardering van Augustinus voor Ambrosius blijkt ook uit zijn aansporing tot een zekere Paulinus om een biografie over Ambrosius te schrijven. Hoewel er nooit een vertrouwensrelatie tussen Ambrosius en Augustinus heeft bestaan, is hij toch de grondlegger geweest van zijn geestelijke wedergeboorte.

Een schitterende carrière

Via het lesgeven als staatsprofessor in de retoriek kwam Augustinus in contact met de hoogste kringen in Milaan. Hij kwam zelfs aan het hof terecht als hofredenaar. Voor hem lag een hoge politieke of juridische functie in het verschiet. Omdat het met Augustinus financieel ook beter ging, liet hij zijn familie komen.

Contacten met het Neoplatonisme

In Milaan kwam Augustinus verder in aanraking met de filosofie die teruggreep op Plato. In de 3e eeuw had de filosoof Plotinus de leer van Plato opnieuw uiteengezet. Hij leerde daarbij dat het doel van de mens de opgang naar God is. Porfirius, een leerling van Plotinus, gaf diverse lezingen van zijn meester uit. Ook Augustinus las een vertaling van deze werken.
Ondanks zijn drukke baan las Augustinus de Neoplatoonse geschriften met zeer veel interesse. Ambrosius had hem op het spoor van het geestelijke karakter van het Opperwezen gezet en Augustinus ging op dit spoor van de immateriële God verder denken. Augustinus ontdekte daardoor dat de waarheid wordt gevonden via de weg van het eigen innerlijk, een opvatting die voor hem erg belangrijk zou blijven. Een ander onderwerp dat hem nieuwe inzichten opleverde, betrof het probleem van het kwaad. Volgens het Neoplatonisme is het kwaad geen zelfstandige macht, maar een gebrek aan goed.
Al snel ontdekte Augustinus de grote overeenkomsten tussen het Neoplatonisme en de preken van Ambrosius. Dit hielp hem om de geringschatting voor het Christelijke geloof geleidelijk aan te overwinnen. Dit alles leidde tot het credo ut intelligas (geloof om te begrijpen), het geloof overtreft de filosofie.
Ondanks zijn enthousiasme ontdekte Augustinus op een drietal gebieden de beperkingen van het Neoplatonisme. Allereerst op het gebied van de filosofie met zijn drang naar scheppend werk. Ten tweede de psychologie met het streven naar verinnerlijking. En tenslotte het existentiële vlak. Hoe worden de ideeën in het dagelijks leven gebruikt?

De boodschap van Paulus

Het Neoplatonisme beschreef de 'waarheid', maar niet de weg om die te bereiken. Daarom greep Augustinus terug op de apostel Paulus. Deze beschrijft de 'Middelaar' - een binnen het Neoplatonisme is er sprake van een middelaar tot de waarheid - Die vlees geworden is, de weg die naar God leidt. Deze ontdekking was de laatste fase van Augustinus op weg naar God. Augustinus ging nu ook de goddelijkheid van Christus erkennen en brak daarmee met de platoonse devaluatie van het stoffelijke. De God van de rede is de God van de openbaring, ook de openbaring in het vlees.

Wat Augustinus aan het verleden te danken heeft

Het Neoplatonisme heeft Augustinus enorm gestimuleerd tot verinnerlijking. De geschiedenis van Augustinus begon bij de uiterlijke werkelijkheid, naar het innerlijk en eindigde bij de hogere realiteit. De filosofie werd door Augustinus benut als een 'inleiding op het christelijk denken'.
Maar hij hield niet stil bij het Neoplatonisme, maar ging verder op het spoor dat Paulus hem aangereikte. Hij ging daarbij gedeeltelijk over tot een synthese van de filosofie en het christelijke denken.

Pagina laatst gewijzigd op: 01-04-2005