Home Actualiteit Apologetiek Cyprianus nog steeds confronterend

Apologetiek Cyprianus nog steeds confronterend1

Door: Aza Goudriaan

In het jaar 258 stierf Cyprianus, de kerkvader van Carthago, de marteldood. Is zijn levenswerk inmiddels allang passé? Wetenschappers kunnen zich nog altijd bezighouden met leven en werk van deze bisschop van lang geleden. Zo belegde het Centrum voor Patristisch Onderzoek dit jaar op initiatief van dr. Henk Bakker aan de Vrije Universiteit Amsterdam een congres over Cyprianus. Maar heeft Cyprianus ook de kerk van nu nog iets te bieden?

Eerst de handboekfeiten. Cyprianus werd omstreeks het jaar 200 geboren in een gezin dat behoord lijkt te hebben tot de bovenlaag van de Noord-Afrikaanse stad Carthago. Hij werd opgeleid in de welsprekendheid. Nadat hij in 247 tot bekering was gekomen, deed Cyprianus afstand van vele eigendommen, om de rest van zijn leven in dienst van God te stellen.

Al in 248 of 249 werd hij bisschop. Eind 249 besloot keizer Decius dat de Romeinse burgers een offer moesten brengen aan de goden, om hen weer gunstig te stemmen. Cyprianus vluchtte uit Carthago. Sommige christenen bezweken voor de druk en offerden. Anderen probeerden onderhands een verklaring van voldane plicht los te krijgen.

Toen de vervolging voorbij was, rees de vraag hoe om te gaan met christenen die voor de overheidsdruk bezweken waren, maar weer in de kerk wilden terugkeren. Hierover werd verschillend gedacht. De meningsverschillen liepen zo hoog op dat het tot een kerkscheuring kwam. In 252 hielden zowel de groep die Cyprianus' beleid te streng vonden als degenen die het te ruimharig vonden apart kerk. Toen keizer Valerianus in 257 opnieuw de burgers tot een godenoffer preste, kon Cyprianus aanvankelijk met een verbanning wegkomen. Maar na een nieuw bevel werd hij in Carthago berecht en op grond van zijn weigering en christelijke belijdenis op 14 september 258 onthoofd.

Actualiteit
Geeft dit leven van een standvastig christen de mensen van 2008 nog te denken? Actualisering is in de regel geen liefhebberij van beroepshistorici. Geschiedwetenschappers willen vooral aan de eigenheid van het verleden recht doen. Zij scheiden de historische werkelijkheid veelal van normatieve bezinning.

De kerk heeft echter niet genoeg aan de taakopvatting van de hedendaagse geschiedwetenschap. Voor haar is de actuele betekenis van het verleden van wezenlijk belang. De historische heilsfeiten nodigen de mensen er vandaag de dag nog altijd toe uit, zich aan God gewonnen te geven. Bovendien heeft de kerk volgens de Hebreeënbrief de roeping om in de voetsporen te gaan van de predikers en hun geloof na te volgen. In de woorden van de hedendaagse Duitse theoloog Wolfhart Pannenberg: "Het hedendaagse geloof van de christenheid moet zich, ongeacht alle historische veranderingen, laten kennen als substantieel identiek met het geloof van de apostelen."

Cyprianus leefde weliswaar geruime tijd na de apostelen, maar het kan toch zinvol zijn de vraag te stellen of hij nog altijd iets te zeggen heeft.

Afrika
Iemand die duidelijk "Ja" zegt op deze vraag, is Thomas C. Oden. Deze emeritus theologieprofessor van Drew University schreef in 2007 een boek over de betekenis van het continent Afrika voor het christelijke denken ("How Africa Shaped the Christian Mind"). Odens stelling is dat het huidige christendom zijn "hedendaagse vitaliteit" voor een belangrijk deel te danken heeft aan het Afrikaanse christelijke denken tussen de jaren 50 en 500 van onze jaartelling. Het vroege Afrikaanse christendom, van Clemens van Alexandrië, Tertullianus, Augustinus en vele anderen, heeft sturing gegeven aan het Europese denken.

Oden meent dat voor Afrikaanse christenen nu bij uitstek het moment gekomen is voor een herontdekking van dit rijke Afrikaanse verleden. Want nu groeit het christendom sterk. Nu is er verlangen naar diepgang. Nu lijkt de islam krachtig, en het westerse denken uitgeput. De omstandigheden kunnen veranderen, dus haast is geboden.

In het perspectief van Oden is Cyprianus een van de mensen op wie de aandacht zich dan zou moeten richten. Cyprianus heeft mede een steentje bijgedragen aan de formulering van het dogma. Zijn hantering van het instrument van de synodevergaderingen vond navolging op latere concilies, hij was onderdeel van een invloedrijke Afrikaanse redenaarstraditie, zijn boeken hadden gezag in Rome en zijn martelaarschap be´nvloedde de idealen van monniken.

Artikel 28
Op basis van de manier waarop Cyprianus nu vooral bekendstaat, kan een ander antwoord worden gegeven op de vraag naar de actualiteit. De Cyprianus van de media en de handboeken is vaak degene die de uitspraak deed: Buiten de kerk is er geen zaligheid. Het is een stelling van Cyprianus die in feite nog in artikel 28 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis terug te vinden is. Over welke kerk gaat het dan? Bij Cyprianus ging het om de katholieke christelijke kerk. De Nederlandse Geloofsbelijdenis redeneert van Cyprianus' stelling toe naar de noodzaak om zich bij de kerk te voegen, en daarmee moet dan een kerk bedoeld zijn die concreet zichtbaar is.

De werkelijkheid vandaag is evenwel dat er niet één zichtbare kerk, maar een grote kerkelijke verdeeldheid waarneembaar is, zelfs onder christenen van één gereformeerde confessie. Cyprianus zou zich hierover ontzet hebben. Hij was immers ook de auteur van een verhandeling "Over de eenheid van de katholieke kerk", waarin hij scheuring en kerkverlating scherp afkeurde. Misschien kan een nieuwe lectuur van Cyprianus' boekje "Over de eenheid van de katholieke kerk" de gereformeerde gezindte helpen aan een heilzaam besef van zelfmishagen over de interne verdeeldheid.

Apologie
Met regelmaat is te horen dat het westerse christendom in zijn huidige minderheidspositie inspiratie kan putten uit de opstelling die vroege christenen kozen toen zij nog een minderheid vormden. Ook zij moesten zich tegenover een kritische buitenwacht verantwoorden. Zo schreef Cyprianus een apologie "Aan Demetrianus", die tegenwoordig beschikbaar is in een moderne editie door Jean-Claude Fredouille.

Wie Demetrianus precies was, is onbekend. Cyprianus reageerde in zijn boek op het verwijt dat de rampspoed die het Romeinse Rijk trof, aan de christenen te wijten was. Cyprianus ontkende dit, eerst door te betogen dat de wereld als zodanig "oud wordt", zodat tekenen van verval geen wonder zijn. Maar zijn belangrijkste antwoord was dat de heidenen zelf, doordat zij de ware God niet dienen, Diens toorn over zich afroepen. Hij riep zijn lezers dus op tot geloof en bekering. Daarvoor is het nooit te laat en geen zonden zijn te erg.

Misschien ligt de actualiteit van deze apologie juist in wat het minst bij onze tijd past. Cyprianus liet zijn opponenten niet in hun waarde, maar klaagde hen aan, verklaarde hen schuldig, waarschuwde hen voor het komende oordeel van God en riep hen op tot bekering opdat zij gered zouden worden. De lezer denkt onwillekeurig aan de oudtestamentische profeten. Deze apologie vleit niet, maar confronteert.

Jaloezie
Volgens Gisbertus Voetius was de ethiek één van de terreinen waarop Cyprianus' werk ook in de zeventiende eeuw nog steeds relevant was. Uit Cyprianus' werken blijkt inderdaad een duidelijke belangstelling voor de praktijk van het christelijke leven. Een voorbeeld daarvan is zijn boekje over de jaloezie, dat eerder dit jaar in een nieuwe tekstuitgave met Franse vertaling van Michel Poirier op de markt kwam. Reeds het feit dat Cyprianus de moeite nam om een verhandeling over jaloezie te schrijven, spreekt boekdelen. Hier moet iemand achter zitten die als een pastorale arts geestelijke diagnosen wilde stellen en geneesmiddelen aanreiken.

Vele zonden hebben een duidelijk begin- en eindpunt, maar de jaloezie is een "zonde zonder einde." Wie jaloers is, is vooral een vijand van zichzelf. Want ook als de beneden persoon onberoerd blijft, geldt van de jaloerse persoon: "de vijand is altijd in uw hart." Het streven zich voortdurend omhoog te werken, past christenen niet: "Het is door ons te vernederen dat wij naar de toppen opstijgen."

Liefde is nodig, en zij is niet afgunstig, schreef Paulus al. Cyprianus riep zijn christelijke lezers op veel te denken aan God de alwetende Rechter, aan het hemelse Koninkrijk, en aan het feit dat slechts de vreedzamen het beërven.

Bron

Pagina laatst gewijzigd op: 19-12-2008
Zoeken binnen vroegekerk.nl